Cycling

De oscar voor beste bijrol gaat naar ŠKODA: LUIK–BASTENAKEN–LUIK 2019

De oscar voor beste bijrol gaat naar ŠKODA: LUIK–BASTENAKEN–LUIK 2019

23. 3. 2020

Het klassieke voorjaar, wat hebben we ernaar uitgekeken.

Wellicht mag er door het Corona-virus een streep getrokken worden door het volledige klassieke voorjaar. Maar dit wil niet zeggen dat we niet mogen terugblikken naar enkele legendarische koersen. Daarom blikken we terug op drie monumenten waarbij de winnaar, al dan niet gewild, een steuntje kreeg uit de volgauto. Klik je gordel vast voor een trilogie met drie kampioenen in de hoofdrol en evenveel ŠKODA’s in een niet onbelangrijke bijrol.

GAF HET VOLGWAGENEFFECT JAKOB FUGLSANG EEN DUWTJE IN DE RUG?

Je hoeft geen krak in de aerodynamica te zijn om te weten dat je al fietsend achter een voorligger – fietser, motor of auto – flink wat voordeel ondervindt van de verminderde luchtweerstand. Bert Blocken, hoogleraar én wielerfanaat, onderzoekt al jaren door middel van computersimulaties en windtunneltesten, hoe groot dat voordeel precies is. Zo ontdekte hij dat renners niet alleen gebaat zijn bij het zich nestelen in het windluwe zog van een rijdend object voor zich maar dat ook de aanwezigheid van een fietser of een voertuig achter de renner de luchtweerstand doet afnemen en dat die hierdoor dus sneller zal rijden.

“Tot in de straten van Luik kleefden de auto’s aan het wiel van Fuglsang.”

“Het aerodynamisch effect is tegenintuïtief,” schrijft Blocken op zijn blog, “maar natuurwetten zijn wat ze zijn.” Hij verwijst hiervoor naar de ‘Navier-Stokes-vergelijkingen voor subsonische stroming’. Elk object dat zich beweegt in stilstaande lucht, verstoort niet alleen de lucht achter maar ook voor zich, wat remmend werkt. Simpeler: een ‘volger’ neemt een deel van de remmende onderdruk weg die achter een fietser ontstaat.

WIELTJESZUIGEN

Hoe kleiner de afstand tussen beiden, hoe groter dit ‘volgeffect’ is. Die bonus is trouwens niet verwaarloosbaar klein. Blocken berekende bij de openingstijdrit van de Tour 2015, dat een renner over dertien kilometer ongeveer zes seconden sneller was wanneer zijn volgauto op vijf meter reed, in plaats van op de reglementaire tien meter afstand. Zes seconden winst over dertien kilometer, in het moderne wielrennen scheelt dat een slok op een borrel. Tijdens de voorbije editie van Luik– Bastenaken–Luik plaatste Jakob Fuglsang zijn beslissende demarrage op exact dertien kilometer van de aankomst. Vrijwel meteen kreeg hij rugdekking van twee neutrale wagens, zowel de vuurrode ŠKODA van de wedstrijdleiding, als de knalgele Superb van Mavic positioneerden zich tussen hem en achtervolger Davide Formolo.

SAMEN OVER DE MEET

Tot in de straten van Luik kleefden de auto’s aan zijn wiel, het depannagevoertuig werd weliswaar net voor de laatste rechte lijn afgeleid, maar de koerscommissaris reed nagenoeg samen met de winnaar over de finishlijn. Formolo, die volgwagen noch motor achter zich had, hield de aanvaller constant in het vizier maar kon de aansluiting toch niet verwezenlijken. Beweren dat de Deen zijn enige klassieke zege te danken heeft aan het volgwageneffect, zou de hardrijder oneer aandoen. Omgekeerd kan je immers ook stellen dat de rood-gele ŠKODA-tandem een perfect mikpunt vormde voor zijn belager. Hoeveel voordeel dat de Italiaan heeft opgeleverd, laat zich niet wetenschappelijk berekenen, maar het duwtje in de rug van Fuglsang wel, namelijk zes seconden.

FEIT OF FICTIE?

Zijn deze incidenten drie flagrante gevallen van wedstrijdvervalsing of zijn het stuk voor stuk vergezochte urban legends? We zullen het nooit weten en dat is maar goed ook. De wielergeschiedenis bulkt van de wat-als-verhalen die net omdat ze onoplosbaar zijn, bijdragen tot het mythische karakter van de sport. ‘Se non è vero, è ben trovato.’ Als het niet waar is, dan is het tenminste goed gevonden. Mysterie blijft een gegeerde specerij om scenario’s op smaak te brengen, in de cinema én in de koers.


Tekst: Luc Verdoodt

Recentste nieuwsberichten

Alle nieuwsberichten